BeneluxSpoor.net forum
Wat zijn we aan het bouwen? => Materieel => Topic gestart door: nscargo op 25 April 2026, 19:05:13
-
Hallo allemaal,
Ik ben bezig met het samenstellen van een klompentrein.
Hier op beneluxspoor had ik al eens gelezen dat de rijtuigen is zo'n trein plan E waren
Maar als ik op oude foto's kijk dan lijken het mij blokkendoos rijtuigen.
Klopt dat?
Harm
-
De definitie van de Klompentrein is nogal aan verandering onderhevig.
In de jaren 50/60 vooral ouder hoofdlijnmaterieel (in de winter met warme stoof), later plan E met energiewagens.
In de tussentijd kwamen ook nog Franse verwarmingswagens meehelpen.
zie bv hier (https://forum.beneluxspoor.net/index.php?topic=7666.0)
-
Het hangt ervan af hoe breed je het begrip klompentrein trekt.
De naam is ontstaan toen speciale treinen fabrieksarbeiders naar hun werk brachten. Die mensen droegen vaak nog klompen, vandaar. In de jaren vijftig werden vooral in het noorden daartoe diesel trekduwtreinen ingezet. Een 2200 aan iedere kant en rijtuigen van oudere datum.
Veel later zijn er wederom diesel trekduwtreinen ingezet, deze keer met plan E rijtuigen. Daar is de naam klompentrein aan blijven kleven, hoewel de passagiers veel gevarieerder waren en ook fabrieksarbeiders niet vaak meer klompen droegen.
-
Dus als ik het goed begrijp hangt het af van het tijdperk waar je de klompentrein in wilt gebuiken.
In het begin met wellicht twee bruine 2200 en blokkendoos rijtuigen
Later met bruine of geel grijze 2200 locs en plan E rijtuigen.
Harm
-
Bijvoorbeeld. In de jaren vijftig 2200’en nog zonder demper.
De treinen van de jaren zeventig en tachtig waren feitelijk gewone spitstreinen.
Als je zoekt vind je ook wel plaatjes met een tweespan 2200’en gewoon voor de trein.
https://www.frieslandrail.nl/klompentrein/ (https://www.frieslandrail.nl/klompentrein/)
-
De Plan-E rijtuigen waren voorzien van stuurleiding voor multitractie voor de 2200-en.
Beide lokken voor en achter gaven dus tractie.
De Plan-E rijtuigen waren voorzien vakopschrift DE.
Weet niet zeker maar dacht dat Artitek Plan-E rustigen met opschrift DE
(https://images.beneluxspoor.net/bnls_2026/IMG-4787-69ed0e0be91a1.jpg) (https://images.beneluxspoor.net/bnls_2026/IMG-4787-69ed0e0be91a1.jpg)
Mvg, Johan
-
Energiewagens voor DE-getrokken treinen . ( 1 )
Spoorslag '70 heeft ook op een aantal dieselbaanvakken voor verbetering gezorgd . Het aantal aanwezige dieseltreinstellen bleek echter , ondanks speciale maatregelen , niet voldoende om de frequentieverhoging en de hier en daar grotere vervoersomvang op te vangen . Daarom zijn er , voorlopig voor 3 te rijden diensten , door DE-loc's getrokken rijtuigen in dienst gesteld . Deze treinen , die zullen worden ingezet op Gr-Lw , Gr - Hsch en Zl-Es , dienen in de winter van een extra energiebron in een aparte wagen te worden voorzien , daar onze DE-loc's geen verwarmingsinstallatie voor de trein hebben .
VERWARMINGSWAGEN OF ENERGIEWAGEN ?
Ns bezat in het verleden een aantal stoomverwarmingswagens voor de verwarming van de trein . Hoewel we een aantal NS rijtuigen met de mogelijkheid tot verwarmen met stoom ter beschikking hebben ( RIC - materieel ) werd toch in dit geval aan een elektrische verwarming de voorkeur gegeven . Tevens moest de wagen de batterijlading verzorgen , omdat deze door de eigen dynamo's van de rijtuigen volstrekt onvoldoende zou zijn ( frequent stoppen , geringe kilometerprestatie en veelal gebruik in ochtend - en avondspits ) . Het is dus beter van energiewagens te spreken . Stoomverwarming immers is buitengewoon storingsgevoelig en vereist veel onderhoud . Bovendien past NS dit type verwarming binnen 's lands grenzen nergens meer toe , waardoor de vakkennis om storingen op te heffen aan het tanen is .
ONTSTAAN VAN DE WAGENS .
Reeds enkele jaren geleden werd door de afdeling Çonstructie ' va Mw studie gemaakt van een energiewagen . O.a. werd in ruime mate geprofiteerd van de ervaring van de Noorse Spoorwegen . Toen dan ook in voorjaar 1969 de definitieve opdracht kwam 4 energiewagens aan te schaffen , kon hierop worden teruggegrepen . In het kort volgen hier de basiseisen : 2 luchtgekoelde dieselaggregaten voor het verwarmen van max. 8 rijtuigen met 1500 V gelijkstroom en het voeden van de batterijen ; automatisch bedrijf , volledig beveiligd ; gebruik van bestaande goederenwagens ; voldoende geluidsisolatie ; storingsvrij bedrijf , minimaal onderhoud .
KEUZE VAN DE FABRIKANT .
Met deze basiseisen , door de technici nader omschreven werden 2 leveranciers benaderd . Na bestudering van de offertes viel de keuze op Alsthom , voornamelijk omdat deze franse firma zowel de ombouw van de wagen , de aanmaak van alle apparatuur en de inbouw daarvan kon verzorgen . Bijna alle benodigde apparatuur bestaat uit moderne standaardonderdelen . De prijs van de 4 wagens tezamen bedraagt 1,2 miljoen gulden .
OPZET INSTALLATIE .
De beide luchtgekoelde Alsthomdieselaggregaten ( een serieprodukt van deze firma ) ontwikkelen ieder 160 kW en kunnen in parallelbedrijf maximaal 8 rijtuigen verwarmen . Voor 4 rijtuigen is 1 aggregaat voldoende . De spanning van de generator ( 380 V ) wordt getransformeerd en na gelijkrichting toegevoerd . De spanning voor de batterijvoeding van de rijtuigen ( nominaal 24 V ) wordt via een speciaal regelapparaat eveneens door deze groepen geleverd . Tenslotte is er nog de eigen laagspanningsinstallatie van de wagen ( batterijen , startmotoren ) .
DE WAGENBAK .
Door de firma Soulé in Zuid-Frankrijk worden de wagens in opdracht van Alsthom omgebouwd . Er wordt gebruik gemaakt van ORE gesloten goederenwagens , type Gs . De ombouw houdt in : het vervangen van de bestaande bovenbouw door een nieuwe zoals bijgaande tekening laat zien en het onderstel geschikt maken voor plaatsing van 2 aggregaten en overige apparaten . Opvallend zijn de zijwanden , voorzien van roosters en filters , type 'Krapf und Lex ', die borg staan voor voldonde schone lucht . De geluidsisolatie van wanden , vloer en dak heeft zeer veel aandaht gekregen ( luchtgekoelde motoren ! ) . Het geluidsniveau op 1 m afstand buiten de bak dient max . 85 dB ( A ) te bedragen ( ter vergelijking : locserie 2200 circa 100 dB (A) bij vollast . Het dak is in 2 delen afneembaar voor snelle verwisseling van grote onderdelen
DE DIESELMOTOR .
Het is de eerste maal , dat NS in haar materieel een luchtgekoelde motor toegepast . Speciaal de geluidsproduktie hiervan is 'n nadeel , reden waarom er aan de geluidsisolatie van de wagen en de uitlaat van motor en koellucht zeer veel aandacht is besteed . Met deze installatie hoopt NS de nadelen van de waterkoeling ( koelerreiniging , waterlekkage, bevriezingsgevaar ) te hebben opgeheven zonder nieuwe nadelen te introduceren . Daar tijdens gebruik , vooral bij relatief hogere buitentemperatuur , het afgenomen vermogen vaak gering is , worden in deze situatie elektrische weerstanden bijgeschakeld om onbelast draaien te voorkomen . De dieselmotor lijkt veel op de MGO motor van de locserie 2400 , en is dan ook van dezelfde ontwerper .
-
Indien niet zelf getypt, beter even aan bronvermelding doen, en de opsteller doorgeven dat er voor een komma, (dubbele) punt of puntkomma geen spatie nodig is ;-)
-
ENERGIEWAGENS 2
DE ELEKTRISCHE INSTALLATIE .
De draaistroomgenerator is van een modern , geheel borstelloos type . Boven de generator staan opgesteld de batterij , een dagtank voor de brandstof en het bedieningspaneel met een aantal controlemeters . Tussen de beide groepen is een dwarsgang aanwezig . Aan weerszijden van deze gang staan per groep een transformator , een gelijkrichter met siliciumdioden en de benodigde schakelapparatuur en beveiligingen . De beide groepen worden aan gelijkstroomzijde parallel geschakeld . Een elektronisch regelsysteem zorgt er voor dat de dieselmotoren en generatoren nooit overbelast kunnen worden . Ook aan de regeling van de laagspanningsvoeding is veel zorg besteed . In het algemeen is weinig onderhoud behoevende apparatuur toegepast ( geen koolborstels . zo weinig mogelijk draaiende delen ) .
BIJZONDERD VOORZIENINGEN .
De wagen is van een stuurstroomkabel voorzien evenals de rijtuigen , zodat het mogelijk is met een loc aan iedere zijde van de trein vanuit 1 loc beide te bedienen . De motoren dienen in de wagen gestart te worden . Er is een mogelijkheid tot aansluiting aan de depotvoeding aanwezig , om zodoende batterijen te kunnen opladen en de motoren op temperatuur te kunnen houden . Een systeem van sleutels voorkomt dat bepaalde handelingen worden verricht zonder dat de hoogspanning is afgeschakeld . Er is een automatische brandbeveiligingsinstallatie met sirene aangebracht .
UITVOERING VAN HET PROJECT .
De tijd die ter beschikking stond vanaf het moment dat opdracht voor aanschaffing werd gegeven tot aan de in dienst stelling bedroeg 1,5 jaar . Dit is zeer kort voor een ontwerp dat volledig moest worden opgebouwd in een periode dat levertijden lang zijn . Er kan dan helaas ook niet aan enige vertraging in de aflevering worden ontkomen ; als gevolg hiervan zullen voor het eerste gedeelte van de aanstaande winterperiode de 4 energiewagens in gebruik worden genomen . Noodvoorzieningen moeten worden getroffen , naar alle waarschijnlijkheid in de vorm van het huren van een drietal franse stoomverwarmingsrijtuigen en het stellen van een aantal RIC-rijtuigen . Hoewel het eerste ontwerp op vele punten is gewijzigd na bezwaren van NS-zijde , is er toch in belangrijke mate vertrouwd op de kundigheid van Alsthom , vooral waar het toepassing van voor NS nieuwe apparatuur betreft . Ook tijdgebrek liet niet toe uitgebreide onderzoekingen te verrichten . De controle op de ombouw van de wagens wordt door de keuringsdienst van de franse spoorwegen verricht . De in te bouwen apparatuur worden door NS-mensen beproefd . Eind september begin oktober zal de beproeving van de complete installatie , stationair en tijdens de rit bij de eerste wagen plaatsvinden .
SPECIALE RIJTUIGEN NODIG .
Twee redenen noodzaken tot het gebruik van rijtuigen met speciale voorzieningen : -- de retourstroom van de verwarming mag i.v.m. beïnvloeding van het seinstelsel op de dieselbaanvakken niet via de spoorstaven worden teruggeleid . Er zijn dus bijzondere retourstroomvoorzieningen in de rijtuigen nodig , die de stroom terugvoeren naar de energiewagen ; -- de genoemde laagspanningsvoeding vraagt speciale voorzieningen . Op deze wijzigingen die door wph Haarlem , voorlopig aan 20 rijtuigen van plan E , worden uitgevoerd , wordt hier niet verder ingegaan ; in een volgend nummer komen wij hierop terug .
SLOTBESCHOUWING .
Met de energiewagen wordt een nieuw stuk materieel aan het NS-park toegevoegd . Het onderhoud hieraan verbonden is aan wpl Zwolle toevertrouwd . Ook hier is een compromis gesloten tussen het technisch mogelijke en het economisch verantwoorde . Er is op een aantal punten duurdere , doch zoals de ervaring met ander materieel leerde , noodzakelijke oplossing gekozen . We noemen bijvoorbeeld de capaciteit van de laagspanningsinstallatie voor de batterijvoeding van de rijtuigen , de grotere startbatterijen , de belastingsweerstanden en de beveiligingen van de installatie . De lengte van de bestaande onderstellen liet niet toe alle apparaten even ruim op te stellen . Toch is aan onderhouds - , reinigings - en bedieningsaspecten veel aandacht besteed
-
Arjan , dit is overgenomen uit het mat.blad . Matereel-technisch informatieblad voor machinisten en gronddienstpersoneel van Ep en lijnwerkplaatspersoneel van Mw , van af Aug./Sept 1970 . De rijtuigen komen iets later .
-
PLAN E OP DIESELBAANVAKKEN 1.
Zoals in het nummer van Aug./Sept . werd aangegeven , worden aan de aldaar besproken "Energiewagens voor DE-getrokkentreinen "letterlijk en figuurlijk een aantal speciale rijtuigen gekoppeld . Zolang de NS - energiewagens nog niet zijn afgeleverd en beproefd , wordt gereden met SNCF - stoomverwarmingsrijtuigen en NS - RIC - materieel , dat zoals bekend , is voorzien van stoomverwarming . Zodea echter bovengenoemde energiewagens zijn afgeleverd , zal het RIC- materieel plaats maken voor elektrisch verwarmde plan E- rijtuigen , welke over een aantal seciale voorzieningen beschikken . In eerste instantie wordt deze wijziging aan een 20 - tal E - rijtuigen uitgevoerd . Op de noodzakelijke voorzieningen zal in dit artikel nader worden ingegaan .
NUMMERING .
De B-rijtuigen zijn genummerd 29 - 37 351 t/m 358 en 29 - 37 361 t/m367 ; de AB - rijtuigen zijn genummerd 39 - 37 - 351 t/m 355 . Alle rijtuigen zijn uiterlijk herkenbaar aan de vermelding "DE "onder het midden van het onderstreepte deel van het rijtuignummer .
INTERIEUR .
Gezien het bescheiden eerste klas vervoer op de lijnen waar deze speciale plan E-rijtuigen komen te rijden was het duidelijk dat geen complete A - rijtuigen dienden te worden verbouwd . Om toch eerste klas vervoer mogelijk te maken , werd daarom bij een vijftal rijtuigen de kopafdeling "niet roken ", als zodanig ingericht . Er zijn 6 comfortabele tweezitsbanken van het type "Laser "geplaatst , welke acht oude twee-zitsbanken vervangen . Deze stoelen zijn voor et eerst toegepast in de 2é klas afdeling van El 4 1970 . Uit de foto en fig 1 krijgt men een indruk van de nieuwe situatie .
RETOURSTROOM .
Zoals reeds in het artikel over de energiewagens gesteld , mag de retourstroom van de verwarming i.v.m. beïnvloeding van het seinstelsel op de dieselbaanvakken niet via de spoorstaven worden teruggeleid . Er is daarom een doorgaande 185 mm² retourstroomkabel met stekers 7 en contactdozen 8 aangebracht , zie fig 2 en 3 , die bij gebruik op niet - geelektrificeerde baanvakken de retourstroom van de verwarming terugvoert naar de energiewagen .De retourstroomkabel moet afgeschakeld kunnen worden in die gevallen , waarin het rijtuig toch weer in elektrisch getrokken treinen dienst zou doen . Deze omstandigheid doet zich reeds zonder meer voor bij opzending voor onderhoud in de lijnwerkplaats . Voor het afschakelen dient een in het midden van het rijtuig achte een luik aan de niet- batterijzijde aangebrachte schakelaar . Wanneer e schakelaar is omgezet , op geëlektrificeerde baanvakken dus , wordt de retourstroom via een retourstroomborstel op een van de wielassen naar de spoorstaven en dus naar het ondestation teruggevoerd . Nog opgemerkt zij , dat aan de bestaande 1500 V verwarmingskabel niets is veranderd . Aan deze kabel zijn bevestigd de stekers 4 en de contactdozen 3 , die met de + 1500 V van de energiewagen verbonden worden .
STUURSTROOM DOORVERBINDING .
De trekkracht voor het rijden van de plan E- rjtuigen en de energiewagen zal normaliter geleverd worden door twee loc's van de serie 2200 , aan elke kant van de trein één . Op deze wijze kan snel worden opgetrokken en vervalt het kopmaken aan de eindstations . Voor het in treinschakeling kunnen rijden , waarbij dus steeds alleen de voorste cabine bediend wordt , zijn de rijtuigen ( en de energiewagen ) voorzien van een doorgaande 40 - aderige kabel , die is aangesloten op de 21 - polige Heemaf - koppelingen ( stekers 2 ; contactdozen 1 )
LAAGSPANNINGSVOEDING .
Daar de batterijvoeding van de rijtuigen bij de diensten als hier beschreven , met veel stoppingen en veel rijden in het donker , compleet tekort zal schieten , is het in dit geval een noodzaak , naast de rijtuiggenerator , extra laagspanningsenergie uit de energiewagen aan de rijtuigen tijdens stilstand toe te voeren . Om dit verbruik door verwarming ( ventilator o.a ) en verlichting tijdens stilstand over te kunnen nemen door de energiewagen , is een draaistroomvoedingskabel noodzakelijk . Deze voert 380 V draaistroom met een frequentie van 60 Hz , die per rijtuig omlaag getransformeerd wordt en daarna gelijkgericht , waarna een gelijkspanning van ongeveer 24 V beschikbaar is . De doorgaande kabel is voorzien van een driepolige vergrendelde Khéops - koppeling ( stekers 5 ; contacdozen 6 ) .
ONTGRENDELSLEUTEL .
Voor het ont - en vergrendelen van de koppeldozen van de + en - hoogspanningskabels 1500 V en de draaistroomkabel 380 V benevens het omzetten van de omschakelaar E/DE - tractie is een z.g. Faiveley - sleutel nodig , die in twee situaties voor bediening beschikbaar komt : Wanneer een E-loc voor de trein staat en de stroomafnemers zijn neergelaten kan de sleutel worden vrijgemaakt ( bekende situatie bij een elektrisch getrokken trein ) . Wanneer op niet - geëlektrificeerde baanvakken 'n energiewagen voor de trein staat , kan na het stoppen van de dieselmotor(en ) de sleutelworden vrijgemaakt
De opstelling van de extra aangebrachte apparatuur onder de vloer van de rijtuigen is in fig . 5 dik omlijnd weergegeven . Dit betreft bij de 20 nu in dienst zijnde rijtuigen alleen de omschakelkast en de transformator met gelijkrichter . Bij de vanaf maart '71 in dienst te stellen 23 rijtuigen worden tevens nog een relaiskast en een kast met weerstanden ingebouwd ten behoeve van de extra voeding van de batterijen door retourstroom ( alleen E-bedrijf ) . Deze wijziging is beschreven in het matblad van sept . '69 . . In het bedieningsluikje voor de omschakelkast is een gat aangebracht , waardoor men van buitenaf kan zien of de omschakelaar op elektrisch dan wel dieselelektrisch bedrijf staat . In de kast met de transformator en de gelijkrichter bevindt zich een luikje , waarachte de drie veiligheden AB 4,5 en 6 zijn geplaatst . Deze veiligheden zijn van een speciale uitvoering en worden regelmatig door wpl Amsterdam gecontroleerd . . In het schema , fig 6 , is in kring 2 de voeding getekend met 380 V draaistroom , die door de energiewagen wordt geleverd . Door een van de andere aftakkingen van de transformator te gebruiken kan de spanning na de gelijkrichters VB1 tot VB6 worden gewijzigd . Alle transformatoren zijn voorlopig aangesloten op aftakking 17 , waardoor de gelijkrichter bij belasting ong. 23,5 V gelijkspanning levert . De bedoeling is , dat de hier beschreven hulpvoeding bij stilstand de batterij ondersteunt in het voeden van de ventilator van de verwarming en de verlichting . Zou de spanning van de transformator worden opgevoerd , dan bestaat het gevaar dat de batterij bij stilstand met een te grote stroom wordt geladen , waardoor overbelasting zou opreden . De stekers UB 2 en de contactdozen UB1 stellen de koppeling 5 en 6 van fig 3 voor . In de kringen 12 tot en met 18 komt de huidige schakeling van de verwarming van de eerste 20 rijtuigen voor . Deze komt overeen met fig . 3. Als deze rijtuigen worden voorzien van extra voeding door retourstroom , wordt deze shakeling gewijzigd volgens fig 4 De omschakelaar voor de retourstroom is getekend in de kringen 19 en 20 , na de verwrmingskoffer . Het is noodzakelijk om bij DE-bedrijf altijd de omschakelaar op DE-bedrijf te houden , ook bij een gestoord rijtuig , omdat op dit punt in elk rijtuig de minleiding naar de energiewagen wordt doorgekoppeld . Zou direct achter de energiewagen van een rijtuig de omschakelaar in de stand "E-bedrijf staan dan wordt de hele trein niet verwarmd !